Deze blogpost, een herwerking en uitbreiding van een eerder stuk, schreef ik op uitnodiging van de Hub Ontwikkelen in diversiteit, een samenwerkingsverband van het Steunpunt Diversiteit en Leren (Universiteit Gent) en Onderwijscentrum Gent (Stad Gent). Surf naar hun website voor meer boeiende blogposts.

Nu we stilaan licht beginnen te zien aan het einde van de coronatunnel, blijkt ook dat de experts volledig gelijk hadden toen ze zeiden dat het invoeren van maatregelen een stuk makkelijker is dan het terugdraaien ervan. Zowat elke dag komen er nieuwe ideeën, suggesties en richtlijnen voor scholen, waarbij het spanningsveld tussen absolute veiligheid garanderen enerzijds en iedereen weer op school krijgen anderzijds duidelijk zichtbaar is. De zoektocht naar het compromis tussen die twee ging gepaard met vele dozen mondmaskers, meters plexiglas en liters alcoholgel, en de (bijna) tomeloze energie waarmee schoolteams zich de afgelopen weken en maanden van hun taak hebben gekweten, dwingt louter respect af.

Ook OKAN is een scharnierjaar

De afgelopen weken werd er stapsgewijs weer opgestart, met focus op de leerlingen in zogenaamde ‘scharnierjaren’: op de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs (zesde leerjaar) of van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs of de arbeidsmarkt (zesde en zevende middelbaar). Pas daarna volgden ook andere leerjaren.

Naast al die laatstejaars is er echter nóg een scharnierjaar, dat grotendeels buiten beeld bleef de afgelopen weken: wat met al die nieuwkomers in OKAN (Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers), die door corona opeens hun eerste stappen in het Nederlands doorkruist zagen? Met 5.000 zijn ze in Vlaanderen, en van de ene dag op de andere moesten ze opeens van thuis uit verder gaan met Nederlands leren. Velen van hen doen dat vanuit een erg kwetsbare thuissituatie, die niet altijd evenveel mogelijkheden biedt om zich goed op schoolwerk te kunnen concentreren. Hoe kun je trouwens actief Nederlands leren als bijna alle mogelijkheden tot interactie plotsklaps zijn weggevallen?

Niet dat OKAN-scholen en -leraren op dat vlak niet genoeg zouden hebben gedaan, de laatste weken en maanden – wel integendeel. Het enthousiasme waarmee allerlei initiatieven in ijltempo uit de grond werden gestampt, is ontzagwekkend. Opeens verschenen er overal Facebook-pagina’s en YouTube-vlogs, kwamen er Instagram-challenges en Smartschool Lives, reden leraren en vervolgschoolcoaches de stad rond met werkbundels en deden ze stoepbezoeken en wandelingetjes-op-anderhalve-meter – allemaal om dat warme contact met hun leerlingen te behouden. Ook voor de leerlingen was het stevig aanpassen: opeens moesten ze online les volgen en digitale taken maken, terwijl ze vaak niet (meteen) over de nodige middelen en een geschikte omgeving beschikten om dat te doen. Dat dat in de meeste gevallen allemaal gelukt is, is te danken aan de flexibiliteit en de inzet van leraren én leerlingen.

Elke dag op school telt

Al die inspanningen ten spijt, is het rendement echter vaak beperkt – met name voor OKAN’ers: waar zesdejaars in september de overstap maken naar het secundair of het hoger onderwijs, betekent 1 september voor veel OKAN-leerlingen de dag waarop ze starten in het regulier secundair onderwijs (of het tweedekansonderwijs, het volwassenenonderwijs, een VDAB-opleiding of nog iets anders – de uitstroommogelijkheden zijn talrijk). Hen op die overstap voorbereiden is een langdurig proces, waar OKAN-scholen al vroeg aan beginnen: leraren en vervolgschoolcoaches voeren diverse gesprekken met OKAN-leerlingen, en ze krijgen via een ‘snuffelstage’ ook de kans om al eens een of meerdere weken mee te draaien in een richting en een school die hen aanspreekt. Kwestie van al eens te kunnen proefdraaien, en te weten hoe de volgende stap in je schoolloopbaan er kan uitzien.

Veel ‘snuffelstages’ konden dit voorjaar door corona niet doorgaan, dus veel OKAN-leerlingen hebben nu minder goed zicht op wat ze volgend schooljaar kunnen of zullen doen. Ook voor hen is het dus van prioritair belang om weer naar school te kunnen: om met hun leraar de draad van hun taalverwerving weer sterker op te pikken, om met de vervolgschoolcoach over hun toekomstperspectieven te praten, en om weer contact te kunnen hebben met andere OKAN’ers – onderschat het effect daarvan voor hun welbevinden en integratie absoluut niet.

Expliciete aandacht voor OKAN en OKAN-leerlingen is daarom nu écht nodig. Veel OKAN-scholen, zeker ook hier in Gent, zijn al eerder gestart met het naar school halen van leerlingen – individueel of in kleine groepjes. Dat gebeurt nu nog steeds vanuit een ‘grijze zone’, waarin kinderen en jongeren in een kwetsbare situatie toch op school terechtkunnen, maar niet elke school kan of wil die zomaar benutten. Er is écht nood aan een officiële go voor OKAN-scholen vanuit de Vlaamse overheid, om zo het maximale te kunnen halen uit die laatste paar weken die dit schooljaar nog telt.

Wat kunnen we nu doen om OKAN-leerlingen te ondersteunen? 5 tips en suggesties!

Los van de vraag of OKAN-leerlingen dit jaar nog echt terug naar school kunnen, is er veel wat we kunnen doen om hen te ondersteunen in hun verdere onderwijsloopbaan, en er zo voor te zorgen dat corona geen onoverkomelijke hobbel blijkt op hun parcours. Vijf concrete tips en suggesties, uit onze Gentse praktijk gegrepen.

OKANsteven
Afbeelding: (C) Iris Vandevelde (zidiris.be), voor de Hub Ontwikkelen in diversiteit

1. Grijp elke kans aan om in gesprek te gaan met leerlingen en ouders

Zet als OKAN-school nu alles op alles om maximaal, op alle mogelijke manieren en via alle mogelijke hulpmiddelen, in gesprek te gaan met leerlingen over hun toekomst, hun vervolgopleiding en de doelen die ze zich stellen. Betrek ouders maximaal bij elke stap, ook in deze moeilijke omstandigheden. Of het nu via stoepbezoeken, via WhatsApp of individueel bij jou op school is: elke manier om met leerlingen en ouders in contact te treden werkt en rendeert. Laat die kans niet liggen.

2. Zet in op wat leerlingen nu écht nodig hebben

OKAN-leerlingen hebben de afgelopen maanden veel tijd en oefen- en interactiekansen in het Nederlands gemist, zoveel is zeker. Maar ze hebben ook ongetwijfeld veel geleerd. Breng dat in kaart en schat het naar waarde: misschien hebben ze hun digitale skills net sterk uitgebreid, hebben ze hun broertjes en zusjes geholpen met het huiswerk of nieuwe vaardigheden opgedaan. Ook die nieuwe competenties zijn enorm waardevol. Tegelijk is het nu van belang om in deze laatste weken van het schooljaar in te zetten op wat ze écht nodig hebben in functie van hun verdere schoolloopbaan. Weet je al dat een leerling naar de tweede graad automechanica gaat doorstromen, probeer dan in te zetten op vakspecifieke woordenschat en basisveiligheid. Overweeg om leerlingen te hergroeperen in functie van doorstroom, waar mogelijk, en bereid hen gericht voor op hun volgende stap na de zomervakantie.

3. Wees mild en ondersteunend voor ex-OKAN-leerlingen

Als er in jouw (vervolg)school ex-OKAN-leerlingen starten in september (of later in het najaar), dan kun je erg veel doen om die leerlingen maximaal te ondersteunen. Ongetwijfeld gebeurt dat ook nu al, maar misschien zijn er wel opties die je tot nu toe nog niet had verkend. Je kunt je bijvoorbeeld verdiepen in de vele mogelijkheden die flexibele trajecten je bieden. Contacteer ook zeker de betrokken vervolgschoolcoach(es) en de pedagogische begeleiding. Ook zij kunnen veel ondersteuning en concrete tips bieden. Focus tijdens de komende klassenraden bij ex-OKAN’ers vooral op hun groeipotentieel en hun leer- en ontwikkelingskansen, zeker in deze omstandigheden. Kijk niet zozeer naar waar de jongere nu staat, maar naar de groeimarge die er nog is – waar de leerling in de toekomst zou kunnen geraken. Dat is een veel krachtigere graadmeter om een goede inschatting te maken. Mildheid staat niet haaks op hoge verwachtingen, integendeel.

4. Flexibiliteit is troef!

Wat is het beste traject voor elke (ex-)OKAN’er? Het is een van de kernvragen binnen elke OKAN-werking, en in deze coronamaanden is die denkoefening nog wat moeilijker dan gewoonlijk. Dat kan er mogelijk ook voor zorgen dat er wat meer flexibiliteit gevraagd zal worden in (vervolg)scholen. Wat bijvoorbeeld met een leerling waarbij de kansen om in september meteen succesvol te kunnen starten in het vervolgonderwijs als twijfelachtig worden ingeschat, ook met een flexibel traject en extra (taal)ondersteuning? Een piste kan dan zijn om die leerling nog even te laten starten in OKAN, de snuffelstage in september/oktober in te plannen en daarna de doorstroomkansen te bekijken. Voor scholen niet altijd een evidentie, gezien ‘de telling’ van 1 oktober en de voorkeur van veel scholen om snuffelstages wat te groeperen, maar ook hier een oproep om de kansen voor de leerling te laten primeren en maximaal flexibel te zijn. Gebruik de toelatingsklassenraad ook niet als een stok achter de deur, maar als een sterk en probaat middelen om kansen en ondersteuning te bieden aan leerlingen. Ook hier is de vervolgschoolcoach een krachtige partner waar nodig of nuttig.

5. Maak van deze crisis een kans

De afgelopen maanden zijn er op veel vlakken, met vallen en opstaan, gigantische stappen gezet. Opeens werd er overal ingezet op afstands- en digitaal onderwijs, en waren er zaken mogelijk die vroeger niet of veel moeilijker mogelijk waren. Een crisis is op dat vlak een kans – en dat geldt ook voor ons OKAN-onderwijs. Het recente OKANS-onderzoek liet voor Vlaanderen zien dat de kloof tussen OKAN en vervolgonderwijs erg groot is, té groot eigenlijk. Terwijl taalverwerving jaren kost, krijgen jongeren er bij ons maar één jaartje echt de kans voor – dan is twee maanden verliezen een reëel probleem. Een alternatief zou kunnen zijn om OKAN-leerlingen al sneller vakken uit het regulier te laten opnemen, maar tegelijk langer in een taalondersteunend aanbod te voorzien, iets wat we in Gent al enkele jaren succesvol aan het uittesten zijn. In een rapport van begin dit jaar wijst de Taalunie in dat verband ook op het belang van geïntegreerd leren en maatwerk voor nieuwkomers: niet eerst Nederlands leren en dan nieuwe vaardigheden opdoen, maar op een functionele manier Nederlands leren. Zo leer je Nederlands tijdens je opleiding of werk, in een context die je motiveert en die aansluit bij jouw wensen en toekomstperspectieven. De vaktaal en de spreekkansen liggen er dan meteen ook voor het oprapen. Tijd om verder te experimenteren dus! We waren op dat vlak nu toch net goed bezig.

Dit stuk verscheen eerder op de blog van de Hub Ontwikkelen in diversiteit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s