Uit de onderwijsbeleidsnota van Crevits: vijf krijtlijnen van het talenbeleid van de overheid

Gisteren dook de beleidsnota van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) op verschillende kranten- en nieuwswebsites op, en door tal van lekken bleek de pers de nota zelfs al een paar dagen geleden in handen te hebben gekregen. De eerste beschouwingen in de kranten focussen vooral op de aandacht voor het hoger onderwijs, de relatieve vaagheid wat de onderwijshervorming in het secundair onderwijs betreft (worden ASO, BSO en TSO nu afgeschaft of niet?) en de belofte om ‘vol vertrouwen en in dialoog te bouwen aan onderwijs’ – meteen ook de titel van de beleidsnota. Dat bouwen mag trouwens ook vrij letterlijk worden genomen, met de plannen voor nieuwe schoolinfrastructuur. Crevits pleit er in haar nota ook voor om de planlast voor scholen sterk af te bouwen, en benadrukt herhaaldelijk de autonomie van en het vertrouwen in scholen. Tegelijk vraag ik me bij veel voorstellen in de nota af (en ik ben niet de enige) of ze niet net tot méér regels en controles zullen leiden.

Nu, wat me vanuit mijn job vooral interesseert, is wat de minister in deze nota over taal en talenonderwijs te zeggen heeft. Het is nog niet duidelijk of Crevits net zoals haar voorgangers Vandenbroucke en Smet een talenbeleidsnota zal uitwerken, maar uit deze beleidsnota leid ik alvast vijf krijtlijnen af van het talenbeleid van de overheid voor de komende vijf jaar.

1. Kennis van het Nederlands blijft een nadrukkelijk aandachtspunt

Er wordt nog steeds nadrukkelijk ingezet op kennis van het Nederlands, het liefst zo vroeg mogelijk (Crevits wil de participatie aan het kleuteronderwijs nog verhogen), want “[k]ennis van het Nederlands is essentieel voor een volwaardige deelname aan het sociale en economische leven” (p. 32*). Het Nederlands beheersen wordt in de nota ook verbonden met kansen op sociale mobiliteit (p. 15). Het NT2-aanbod wordt dan ook versterkt, met meer gecombineerde leertrajecten, een sterker aanbod tijdens vakanties, weekends en avonden, en een aanbod met private aanbodverstrekkers om de hiaten in te vullen. De middelen voor het NT2-aanbod komen onder het beheer van de minister die bevoegd is voor inburgering (p. 32).

2. Task Force voor de Nederlandstalige scholen in de Vlaamse Rand

Het aantal leerlingen met een andere thuistaal dan het Nederlands blijft in de Nederlandstalige scholen in de Vlaamse Rand toenemen. In het basisonderwijs gaat het nu al om 37,8% (2013), in het secundair onderwijs om 25,8% (2013). Crevits richt een ‘Task Force Onderwijs Vlaamse Rand’ op om de scholen in de Vlaamse Rand verder te ondersteunen bij de implementatie van hun taalbeleid Nederlands (p. 53). De Task Force moet het bestaande studiemateriaal synthetiseren en analyseren, en de methodieken die ook effectief wérken (nog) actiever implementeren in de scholen.

3. Sterkere competenties in het Nederlands en in moderne vreemde talen

De minister wil de competenties van het Nederlands en de moderne vreemde talen blijvend verbeteren (p. 34), door in te zetten op een sterke taalvaardigheid en talenkennis. Crevits wil dat alle scholen een actief talenbeleid voeren, zodat de kennis van het Nederlands en de moderne vreemde talen wordt versterkt. In de vorige legislatuur werkte Smet al aan nieuwe eindtermen Nederlands; nu pleit Crevits voor “ambitieuzer […] geformuleerd[e]” (p. 35) eindtermen vreemde talen (Frans, Engels en Duits). Recente vernieuwingen (zoals de taalscreening) worden opgevolgd (p. 35).

Hier toch even een klein stukje persoonlijke interpretatie: in het kader van mijn eigen doctoraatsonderzoek valt het me op dat Crevits nergens in deze nota de begrippen Standaardnederlands of standaardtaal laat vallen – in tegenstelling tot Smet trouwens, die in zijn beleidsnota (uit 2009) nog stelde dat “[b]innen de taalvaardigheid bijzondere aandacht naar een verzorgd gebruik van de standaardtaal Nederlands [moet] gaan” (p. 29), en in zijn talenbeleidsnota (2011) nog een stuk verder ging in die nadruk op het Standaardnederlands. Voor Crevits (b)lijkt het te volstaan dat er op het Nederlands als taal wordt ingezet, zonder te discrimineren tussen bepaalde taalvariëteiten (maar misschien is dat een te positieve lezing van mijn kant).

4. CLIL mogelijk in secundaire scholen, basisscholen krijgen ruimte voor taalinitiatie

Secundaire scholen die in het CLIL-onderwijs (Content and Language Integrated Learning) willen instappen, zullen dat kunnen doen. Voor het basisonderwijs lijkt dat niet het geval te zijn, al laat de minister ook daar ruimte voor taalinitiatie in het Engels, Frans en Duits – op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende onder de knie hebben (p. 35).

5. Het ‘evenwicht’ tussen Nederlandstalig en anderstalig hogeronderwijsaanbod behouden

In het hoger onderwijs zijn er niet meteen taalgerelateerde veranderingen op til: het Nederlands wordt herbevestigd als de bestuurs- en onderwijstaal van de universiteiten en hogescholen, en tegelijk blijven de huidige mogelijkheden en voorwaarden om een anderstalig hogeronderwijsaanbod in Vlaanderen in te richten behouden, met het oog op de toenemende internationalisering (p. 35).

* De paginanummers die in deze bijdrage vermeld worden, corresponderen met een eerdere versie van de beleidsnota. Nu de lay-out is aangepast, kloppen niet alle verwijzingen nog. De citaten zijn wel nog steeds correct.

Advertenties

Een gedachte over “Uit de onderwijsbeleidsnota van Crevits: vijf krijtlijnen van het talenbeleid van de overheid

  1. Pingback: Sterk(er) vreemdetalenonderwijs begint bij een sterke moedertaalbeheersing | Steven Delarue

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s