Komende dinsdag blaast zowat iedereen die iets te maken heeft met OKAN (het nieuwkomersonderwijs in secundaire scholen) verzamelen in Antwerpen. Daar vindt dan voor de derde keer de studiedag ‘Focus op OKAN’ plaats, vol boeiende workshops en kansen tot uitwisseling. Er beweegt immers veel in het nieuwkomersonderwijs, en dat is niet onlogisch: nog meer dan elders in het onderwijs zijn maatwerk, differentiatie en aangepaste (taal)didactiek onontbeerlijk om leerlingen die volledig nieuw zijn in ons Vlaamse onderwijs op korte tijd zoveel mogelijk talige en andere handvatten mee te geven richting het vervolg van hun onderwijsloopbaan. OKAN bulkt dan ook van de geëngageerde leraren en ondersteuners, en er wordt volop geëxperimenteerd, geëvalueerd en bijgestuurd.

Die jaarlijkse dag staat meestal dan ook garant voor veel enthousiasme en geloof in de kracht van onderwijs, maar de kans is groot dat het dit jaar toch een feestje in mineur wordt: in alle stilte kwam vrijdagavond het nieuws naar buiten dat er stevig gesneden dreigt te worden in de uren voor vervolgschoolcoaches: maar liefst tweederde (!) van die uren zou volgend schooljaar weggeknipt worden. Des te cynischer is dat het nieuws verstopt zat in een hoera-berichtje vanuit de Vlaamse regering: de voorziene besparingen in het secundair onderwijs zouden met meer dan de helft teruggeschroefd worden, dankzij een paar “budgettaire meevallers” en enkele “gerichte besparingsmaatregelen”.

Een van die maatregelen is dus dat de schaar wordt gezet in de uren voor vervolgschoolcoaching. Nochtans zijn vervolgschoolcoaches absolute spilfiguren in ons huidige onderwijssysteem voor nieuwkomers, met een apart ‘taalbad’ Nederlands van gemiddeld ongeveer 1 schooljaar, gevolgd door een overstap naar het regulier secundair onderwijs of een volwassenentraject. Vervolgschoolcoaches voeren gesprekken met OKAN-leerlingen, zetten snuffelstages op om nieuwkomers alvast een potentiële vervolgrichting te laten verkennen, begeleiden na de doorstroom leerlingen én leraren om ook van het vervolgtraject een succes te maken, en versterken schoolteams in het werken met ex-OKAN-leerlingen, in hun taalbeleid, in hun brede basiszorg, rond taalontwikkelend lesgeven, en ga zo maar door.

Je moet als vervolgschoolcoach dan ook van vele markten thuis zijn, wat het een erg uitdagende job maakt. Alle coaches waar ik in Gent al mee heb mogen werken, zijn echter bijzonder gemotiveerde mensen vol expertise die elke dag opnieuw écht het verschil maken voor de leerlingen en de schoolteams die ze ondersteunen. Als je weet dat de nieuwkomers uit de regio Gent, met 10 OKAN-scholen in Gent, Deinze, Eeklo, Aalter en Zelzate, elk jaar opnieuw naar ruim 90 secundaire scholen doorstromen, dan weet je meteen ook dat de expertise van vervolgschoolcoaches in héél veel scholen binnenkomt. En dat is in de rest van Vlaanderen allerminst anders.

De afgelopen jaren hebben we netoverschrijdend in Gent bovendien tal van acties ondernomen om de inzet van vervolgschoolcoaching zo efficiënt mogelijk te maken: elke secundaire school met ex-OKAN-leerlingen uit onze regio heeft één vervolgschoolcoach als vast aanspreekpunt voor alle vragen, zodat we zoveel mogelijk scholen kunnen bedienen en er niet allerlei coaches over de vloer komen die elk hun eigen leerlingen komen ondersteunen, we gebruiken allemaal hetzelfde doorstroomdossier om informatie vanuit OKAN op een herkenbare en overzichtelijke manier door te geven, we brengen leerkrachten uit het vervolgonderwijs samen om uit te wisselen en tips en ervaringen te delen, we werkten een draaiboek uit om het (taal)beleid van secundaire scholen rond werken met ex-OKAN-leerlingen te stroomlijnen en vorm te geven, en ga zo maar door.

En dan nog, met al die pogingen tot extra efficiëntie, merk je dat de huidige uren voor vervolgschoolcoaching amper volstaan om de job goed te kunnen uitvoeren en OKAN-leerlingen zo goed mogelijk op weg te zetten richting een sterke onderwijsloopbaan. Daar nu zomaar tweederde van wegsnijden, staat niet alleen haaks op de recente adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad (2025) en het rapport OKAN/ISK en daarna vanuit de Taalunie (2023), maar evengoed op de ambitie van minister Demir om vol in te zetten op een sterke taalontwikkeling in het Nederlands – met name in OKAN wordt daar het hardst aan gewerkt, en vervolgschoolcoaches nemen die expertise volop mee naar alle scholen waar ze aan de slag zijn, waardoor ze ook inzichten en aanpakken meegeven die voor alle andere leerlingen met taalondersteuningsnoden in het Nederlands nuttig zijn.

In Nederland, waar met de Internationale Schakelklas (ISK) een onderwijsaanbod voor nieuwkomers bestaat dat zeer goed lijkt op OKAN, benijden ze ons trouwens het meest om die rol van vervolgschoolcoach – want die bestaat daar niet, of toch niet structureel. Net op dat stuk dreigt nu hard te worden bezuinigd, en dan nog zo diepgaand dat veel van de bestaande opdrachten en (samen)werkingen noodgedwongen zullen stilvallen – en veel taken op de schouders van leerkrachten in het regulier secundair onderwijs terecht zullen komen. De grootste dupe van dit verhaal worden echter zonder twijfel de jonge nieuwkomers zelf, die hiermee een cruciale steunpilaar dreigen te verliezen bij hun eerste stappen in Vlaanderen en de al vrij harde transitie van OKAN naar vervolgonderwijs nog wat moeilijker zullen zien worden.

Plaats een reactie