Dossier | Leerkrachten en standaardtaal in Vlaanderen

In dit dossier breng ik alle blogposts samen over mijn doctoraatsonderzoek (2010-2016), waarin ik de taalpercepties onderzocht van Vlaamse leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs. Hoe staan ze tegenover standaardtaal? Vinden ze dat belangrijk in een klas- of schoolcontext of niet? Vinden ze van zichzelf dat ze standaardtaal spreken als ze lesgeven? Om die vragen te beantwoorden heb ik 82 leerkrachten geobserveerd en geïnterviewd, en analyseerde ik het discours dat ze in die interviews hanteren: hoe beargumenteren ze de keuzes die ze maken? Nu en dan heb ik het daarover gehad op deze blogsite, en die stukken heb ik hier samengebracht.

Begin november 2014 barstte een hevige discussie los toen in De Standaard de resultaten verschenen van de ‘Taaltest’. Uit die test bleek dat leerkrachten van alle taalprofessionals het tolerantst waren voor ‘Vlaamse’ elementen in het (standaard)taalgebruik. Op Twitter werd dat al snel: ‘leraren zijn laks’, ‘leraren zijn taalamateurs’ en ‘leraren zijn helemáál geen taalprofessionals’, zoals blijkt uit de Storify die ik toen heb gemaakt. Persoonlijk vind ik wat meer Vlaams in het taalgebruik echter geen probleem, en het is al helemaal overroepen om te stellen dat leerkrachten geen taalprofessionals zouden zijn. Ze zijn alleen ook zoveel méér dan alleen dat, en voor hen is taal geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken.

Van leerkrachten wordt door velen verwacht dat ze ‘behoeders van de standaardtaal’ zouden zijn, maar moeten ze wel die rol van taalbewaker (of zelfs taalnazi, zoals de Taaltest van De Standaard en Radio 1 het in het najaar van 2016 noemde) op zich nemen? Ze kunnen zichzelf evengoed de rol van taalbegeleider aanmeten, waarbij ze open staan voor taalvariatie en vooral inzetten op registervaardigheid. Veel leerkrachten blijken in de praktijk tussen de twee in te vallen: ze onderschrijven het belang van standaardtaal, maar geven ook toe (vaak) geen standaardtaal te spreken als ze lesgeven. Over de verschillende strategieën die leerkrachten inzetten om die kloof te dichten, valt hier meer te lezen. Ook elders heb ik en cours de route al stukjes analyse van mijn interviewdata gedeeld, meestal in hapklare porties: een stukje over de talige verwachtingen die leerkrachten koesteren ten aanzien van hun leerlingen, of over hoe een woordwolk laat zien hoe moeilijk leerkrachten het hebben bij hun discoursvorming over dit soort thema’s. Een geliefkoosd onderwerp is ook woordenschat: veel leerkrachten klagen over de dalende woordenschatkennis van hun leerlingen, al zijn er ook andere geluiden te horen. Hoe zit dat bij de leerkrachten in mijn onderzoek? Hier lees je daar meer over.

Begin juni 2015 werd mijn onderzoek dankzij een posterpresentatie opgepikt door Belga, HLN.be en De Morgen, om daarna ook aan bod te komen op Radio 1. Daar vertelde ik dat standaardtaal zeker niet altijd hoeft in de klas, en dat tussentaal en zelfs dialect een plaats kunnen hebben in het klaslokaal. Vooral dat laatste bleek voor veel mensen opvallend, en daarom heb ik mijn visie daarover ook wat verder uitgeschreven. Mijn onderzoek kwam opnieuw uitvoering in de pers aan het begin van het schooljaar 2016-2017, toen ik mijn proefschrift verdedigde en er een persbericht over verspreidde. Een overzicht van de mediabelangstelling die daarop volgde, is hier terug te vinden. Ik kwam kort erna ook nog een keertje terug op een aantal van de reacties op mijn proefschrift.

Gaandeweg ben ik trouwens steeds meer van de wat-vraag naar een aantal waarom-vragen geschoven. Die heb ik niet allemaal kunnen beantwoorden in mijn proefschrift, maar op deze blog heb ik toch een paar ‘ballonnetjes kunnen oplaten’, zoals dat zo mooi genoemd wordt. Hoe kun je bijvoorbeeld de sterke verschillen tussen generaties verklaren? Wat ligt daaraan ten grondslag? Eén mogelijke piste is de lerarenopleiding: kan de verschillende aandacht voor taal in de lerarenopleiding taalpercepties verklaren? Een andere vraag is hoe het taalgebruik van leerkrachten varieert in verschillende situaties. Voor hun bachelorproef hebben twee studenten het taalgebruik van leerkrachten in drie situaties met elkaar vergeleken: de klas, de klassenraad en het oudercontact.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s