Dossier | ‘Gele Boekje’

geleboekje

Door het Gele Boekje van de krant De Standaard barstte er begin februari 2015 een nieuwe taaldiscussie los. Dit keer werd er op twee fronten gestreden: enerzijds inhoudelijk (met vragen over de cijfers achter de keuzes die in het boekje worden gemaakt, en hoe die cijfers geïnterpreteerd (moeten) worden), anderzijds taalideologisch (met de vraag hoe we de Nederlandse standaardtaal in een Vlaamse context nu eigenlijk moeten benaderen, en welke houding we moeten aannemen tegen andere variëteiten of vormen van het Nederlands). Die twee aspecten zijn natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar tegelijk verschillen ze ook van elkaar.

Inhoudelijk

Het Gele Boekje zat eind januari bij de krant; vooraf blikte ik al even vooruit op de inhoud en vooral de symbolische waarde van het boekje, met de vraag: Hoe dissident is zo’n Geel Boekje nu eigenlijk? Al voor verschijning riep het boekje al allerlei reacties op, van een onthutste Wim Daniëls (‘een aanslag op de Vlaamse identiteit’) tot een sussende Ruud Hendrickx (‘enkel een werkinstrument voor De Standaard‘). Op 4 februari reageerde Johan De Schryver met een scherp opiniestuk, waarin hij een aantal gemaakte keuzes hekelde, niet het minst omdat ze mijlenver verwijderd zijn van de resultaten van de Taaltest die hij enkele maanden eerder voor de krant uitvoerde. De belangrijkste punten van zijn betoog vat ik hier samen, met ook aandacht voor de reactie van Dirk Caluwé, hoofd van de Taaltelefoon (DS 6 februari). In een gastbijdrage voor taalblog Neder-L (10 februari) heeft Jan Uyttendaele ook enkele vragen, waarbij hij zich vooral afvraagt wat nu eigenlijk de meerwaarde is van een dergelijk boekje. Peter Debrabandere is in een recensie in Neerlandia scherp voor het Gele Boekje: hij vindt net als De Schryver dat de woordenlijst getuigt van een gebrek aan consequentie, met nogal wat ad-hocargumentatie bij het goed- of afkeuren van bepaalde gevallen. De norm schuift op (alles wat Vlaams is, is niet langer per definitie ‘fout’), maar het Gele Boekje blijft nog steeds een zeg-wel-zeg-niet-lijst, zij het dan wel een met onvolkomenheden, onvolledigheden en inconsequenties. De woordenlijst lijkt dan ook weinig meer dan een mediastunt van De Standaard. Zelf noemt de krant het ook een werkinstrument voor haar eigen journalisten, maar het is maar de vraag in hoeverre die de adviezen van het Gele Boekje ook daadwerkelijk opvolgen.

Taalideologisch

Op 2 februari verscheen – opnieuw in De Standaard – een opiniestuk van Sarah Van Hoof, waarin (eens te meer) een variatievriendelijk taalklimaat wordt bepleit. Dat dergelijke opiniestukken – gericht tegen “mensen als Doornaert, Barnard en Van Istendael” – broodnodig zijn én blijven, bewijst de reactie van Hans Vandevoorde (docent Nederlandse letterkunde, VUB), die de “luierverse taalkundigen” een veeg uit de pan geeft met hun “lachwekkende” discours. De broodnodige nuance die was opgebouwd dankzij de inhoudelijke discussie, was zo in één oogopslag weer verdwenen.

“Typisch Vlaams”

In mei 2015 verscheen met Typisch Vlaams bij het Davidsfonds een uitgebreidere versie van het Gele Boekje. De twee auteurs, Ludo Permentier en Rik Schutz, stelden voor het boek een lijst van 5.000 lemmata samen. Het boek wordt voorafgegaan door een uitgebreide inleiding – iets wat het Gele Boekje enkele maanden eerder nog miste.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s